EINDHOVEN – Na jaren van ingetogen koraalbewerkingen, meditatieve voorspelen en plechtige fuga’s trekken steeds meer kerkgangers aan de bel. Ze willen af van “al dat gedragen gedoe” en pleiten voor meer Duitse en Oostenrijkse marsmuziek op het orgel tijdens de mis.
Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Liturgische Volksvreugde (ILV). Maar liefst 73 procent van de ondervraagde kerkgangers zegt “best eens een Tiroler mars te willen horen”, terwijl 41 procent aangeeft niet precies te weten wat een fuga is, “maar dat het meestal betekent dat de koffie nog zeker zeven minuten op zich laat wachten”.
“Wij willen ook gewoon een keer hossen,” zegt kerkganger Annie (74). “Mijn kleinzoon gaat ieder jaar naar het Oktoberfest en komt terug met prachtige verhalen. Wij moeten het al veertig jaar doen met dezelfde voorspelen van Bach. Gun ons ook eens iets.”
Volgens de onderzoekers begint de onvrede al tijdens de collecte.
“Je hoort dan zo’n ingetogen improvisatie over een bekende melodie. Dat is allemaal prachtig, maar waarom geen Alte Kameraden? Mensen geven veel makkelijker als ze het gevoel hebben dat er zo een bierpul wordt uitgedeeld.”
Ook organisten herkennen de trend.
“Ik speelde laatst na de viering per ongeluk een Oostenrijkse mars omdat mijn map verkeerd lag,” vertelt een Brabantse organist. “Normaal loopt de kerk na de slotzegen binnen twintig seconden leeg. Nu bleef iedereen zitten. De koster vroeg zelfs om een toegift en iemand achterin riep: ‘Nog eentje!’”
De gevolgen worden inmiddels zichtbaar. Verschillende parochies melden klachten over kerkgangers die tijdens het slotspel ritmisch meeklappen of onbewust op de maat beginnen mee te deinen.
“In één parochie ontstond zelfs spontaan een polonaise door het middenschip,” zegt een woordvoerder van het bisdom. “Die liep gelukkig vast bij het zijaltaar.”
Liturgiewetenschappers spreken van een zorgelijke ontwikkeling.
“Als we nu niet ingrijpen, eindigen we over tien jaar met een processie op de klanken van de Bozner Bergsteigermarsch en een orgelbewerking van Dem Land Tirol die Treue bij het verlaten van de kerk,” zegt liturgiewetenschapper Gerard van Mierlo. “Een processie heeft van zichzelf al een zekere marsstructuur. Dat maakt dit theologisch gezien gevaarlijker dan veel mensen denken.”
Toch zien sommige parochies juist mogelijkheden. In een proefproject in Oost-Brabant mag de organist iedere eerste zondag van de maand na het slotlied één “liturgisch verantwoorde mars” spelen.
De pilot blijkt een groot succes. De gemiddelde verblijfsduur na de mis steeg met 38 procent, het aantal gesprekken over orgelmuziek verdrievoudigde en de koster moest voor het eerst mensen verzoeken de kerk na het slotspel daadwerkelijk te verlaten.
Het bisdom benadrukt dat er voorlopig geen sprake is van een officieel marsenbeleid. Wel wordt gewerkt aan een richtlijn waarin wordt vastgelegd welke registers tijdens marsmuziek verantwoord kunnen worden gebruikt.
De landelijke vereniging van organisten houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten.
“Vooralsnog gaat het alleen om het slotspel,” aldus de vereniging. “Maar zodra de eerste verzoeken binnenkomen voor een mars tijdens de consecratie, zullen we opnieuw met het bisdom in gesprek moeten.”