Nieuwspijp.

Altijd het laatste orgelnieuws

Orgelnieuws

Orgelbouwers onderzoeken nieuw didgeridoo-register

Twee mannen bekijken een lange houten orgelpijp bij een kerkorgel.

ROSMALEN – Nederlandse orgelbouwers onderzoeken de mogelijkheid om kerkorgels uit te breiden met een nieuw register dat is gebaseerd op de didgeridoo. Het register moet organisten in staat stellen om tijdens eucharistievieringen een langdurige, laag brommende grondtoon onder gezangen en koorpartijen te leggen.

Aanleiding is een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Liturgische Akoestiek (NILA). Daaruit blijkt dat 64 procent van de ondervraagde kerkgangers vindt dat het orgel „voldoende hoge en middelhoge tonen heeft”, maar dat er volgens 38 procent „onderin nog iets ontbreekt”.

„We hebben natuurlijk de gangbare 16- en 32-voet registers”, zegt orgeladviseur Hendrik-Jan van Kooten. „Maar dat blijft uiteindelijk allemaal behoorlijk Europees klinken. De didgeridoo opent een heel ander spectrum.”

Voor het onderzoek werd in een kerk in Oirschot een experimentele pijp van 4,7 meter geïnstalleerd, vervaardigd uit eucalyptushout en aangesloten op de bestaande windlade. Het register is nadrukkelijk ontworpen om de klank en speelwijze van een didgeridoo naar het pijporgel te vertalen.

Tijdens een eerste proef werd het nieuwe register ingezet bij het slotlied. Volgens bezoekers veranderde vooral het karakter van de samenzang. Van de aanwezigen gaf 51 procent aan „meer grond onder de voeten” te ervaren. Acht procent dacht aanvankelijk dat buiten een vrachtwagen stationair stond te draaien.

Organist Arjan de Wit is voorzichtig positief. „Je moet hem niet overal gebruiken. Tijdens een ingetogen communielied kan het nogal aanwezig zijn. Maar bij een slotlied met, tongwerken, mixtuur en didgeridoo erbij krijg je wel iets wat je niet snel vergeet.”

De herkomst van het instrument heeft echter tot discussie geleid. De didgeridoo is afkomstig uit Aboriginalculturen in Australië en kent daar een lange ceremoniële en muzikale traditie. Het NILA zegt daarom contact te hebben gezocht met Aboriginal vertegenwoordigers om te bespreken onder welke voorwaarden een orgelregister deze naam kan dragen.

Volgens Van Kooten verliep dat gesprek „inhoudelijk goed, maar ingewikkelder dan verwacht”. „Wij kwamen binnen met vragen over mensuren, boringdiameters en winddruk. Zij wilden eerst weten welke plaats de ademende klank van een didgeridoo kan innemen in het luisteren naar het land, de voorouders en de onderlinge verbondenheid van mens en natuur.” Daar hadden we eerlijk gezegd nog geen volledig antwoord op.

Ook het bisdom heeft inmiddels belangstelling getoond voor het experiment. Een woordvoerder laat weten dat er op voorhand geen liturgisch verbod bestaat op een didgeridoo-register, zolang „de waardigheid van de viering en de ondersteunende functie van de kerkmuziek gewaarborgd blijven”.

De eerste commerciële uitvoering wordt naar verwachting volgend jaar aangeboden. Het NILA benadrukt dat het register voorlopig uitsluitend bedoeld is als aanvulling op het bestaande klankpalet.

← Terug naar de homepage